VOLKSLIEKES - 20 BIJNA VERGETEN ANTWERPSE VOLKSLIEDJES



Een tijd geleden lag er een handgeschreven brief in m'n bus. Een zekere Godelieve uit Borgerhout had me geschreven. Ze zong de laatste jaren veel liedjes uit haar lang vervlogen jeugd. Antwerpse volksliedjes, rijmpjes en muzikale verhaaltjes, waarmee haar ouders en grootouders zich
tijdens familiebijeenkomsten amuseerden. Muziek die begraven was samen met de generaties voor haar. Of toch bijna.
"Wannes is dood", zei ze me. "Gij moet het doen." Zo kreeg ik dit muzikaal stukje erfgoed in mijn handen.
De maanden erna heb ik uren muziek opgenomen aan haar keukentafel. Haar stem als enig instrument. De vocale sporen verdwenen in een blikken doos. Met viltstift had ik jaren geleden zorgvuldig op het deksel 'Antwerpologie' geschreven. Een doos vol Antwerpse geschiedenis: oude postkaarten uit
de 19de eeuw, schetsen van bekende gebouwen, oude straatplannetjes en bierkaartjes met tekeningetjes van de levende legende Fred Bervoets.
Diep in de nacht schetste mijn vroegere drinkebroeder wel eens op de achterkant van een bierviltje. Een vilten zelfportret in ruil voor een laatste jenever.

Twee decennia later hoorden we een bulderende stem uit de baard van een grijze man, door het raam van het café op de hoek van de Heilige
Geeststraat en de Hoogstraat. "Van die man hebben we thuis een schat liggen", vertelde ik mijn zoon. Toen ik de doos aan m'n zoon toonde, viel de inhoud ervan als een perfect passende puzzel in elkaar. De liedjes van Godelieve, de tekeningen van Fred en de oude postkaarten vormden plots een geheel. Ik ben naar De Zwarte Panter gestapt en heb Fred verteld over m'n idee. Nog geen drie dagen later had hij voor vrijwel elk nummer een schilderij
gemaakt. De liedjes zelf heb ik (met toestemming van Godelieve) bewerkt tot hedendaags klinkende nummers.
Muziek, geschiedenis en m'n stad zijn drie dingen die me al van kindsbeen af intrigeren. Eindelijk kwamen ze samen.
Of hoe handgeschreven brieven in deze moderne tijden meer magie bevatten dan ooit tevoren.
!


BIOGRAFIE

Wou voetballer en piloot worden, maar was geen kloten getalenteerd in eender welke sport en had (en heeft) een ziekelijke hoogtevrees. Wou daarna apotheker worden, maar besloot toch maar veelvuldig gebruiker te worden van chemicaliën in plaats van ze te verkopen. Kreeg op 9 jarige leeftijd 'Rubber Soul' van The Beatles van z'n oom. Besloot bas te leren spelen, omdat Sting en Henny Vrienten blijkbaar veel aantrek van de vrouwen hadden.
Deed in de jaren tachtig niet veel meer dan dagdromen en in onbenullige groepjes spelen.

Stichtte in 1990 het collectief Ashbury Faith en hield er een stapel cd’s, singles, video’s, een hoop tours en duizenden bootlegs aan over. De lege bankrekening en de verzameling verslavingen bleken in de prijs inbegrepen.

Speelde vanaf 1998 bij de groep Angelico, baste z’n weekends weg bij The Paranoiacs, amuseerde zich (net niet) dood bij Automatic Buffalo (met Luc De Vos), lulde z’n huishuur bij elkaar in French Quiz (Studio Brussel) en gaf les tot de notenbalken z’n oren uitspoten.
Deed vanaf 2000 teveel studiowerk als bassist, richtte Camden op (3cd’s, 7 singles, weet ik hoeveel videoclips en 500 optredens op 3 jaar tijd), leerde de juiste (tja, daar valt over te redetwisten) mensen kennen en besloot van ‘den tèlevies’ z’n hobby te maken.
Op dit ogenblik heeft hij in zijn moedertaal, het Antwerps, al 2 parels van albums bijeen geschreven: ‘Dagget Wet’ (gouden plaat!) en’ In’t Gezicht’. Op 29 maart 2011 kwam ‘Volksliekes’dus uit, een zijsprong maar nog steeds in het Antwerps: een boek mét CD vol bijna vergeten Antwerpse volksliedjes.
 
Axl heeft momenteel de tijd van z’n leven en is niet van plan daar verandering in te brengen!