WELKOM OP DE VOLKSLIEKES ARCHIEFWEBSITE. DIT PLATFORM WIL ZOVEEL MOGELIJK INFORMATIE VERZAMELEN OMTRENT VOLKSLIEDJES. U KUNT TEKSTEN, LIEDJES, RIJMPJES, ABEELDINGEN MAILEN NAAR INFO@VOLKSLIEKES.BE.

Plak, 'k Ging Naar De Markt

Plak, Ik Ging Naar De Markt
En Ik Kocht Een Koei Maar ’t Was Geen Goei (x2)
Ik Kocht Een Kalf, Maar ’t Was Een Half
Ik Kocht Een Paard Maar ’t Was Niks Waard
Ik Moet Een Pens Voor Een Zieke Mens
 

Plak, Ik Ging Naar De Markt
En Ik Kocht Een Koei Maar ’t Was Geen Goei (x2)
Waar Ga Ik Die Centen Halen
Om Die Pensen Te Betalen
Ik Zoek Een Pens Voor Een Zieke Mens (x2)
 

Kille, Kille, Kille, Ja, Ik Zou Die Pens Wel Willen
Want De Charel Die Gaat Dood
Kale, Kale, Kale, Waar Ga Ik Die Pens Dan Halen
Want Die Mens Die Mag Geen Brood
 

Plak, Ik Ging Naar De Markt
En Ik Kocht Een Koei Maar ’t Was Geen Goei (x2)
Doe Ze Dood En Voor Wat Brood
En Een Klein Stukske Kramiek
Wordt Onze Charel Terug Wat Dik
Wordt Onze Charel Terug Wat Dik
 

Kille, Kille, Kille, Ja, Ik Zou Die Pens Wel Willen
Want De Charel Die Gaat Dood
Kale, Kale, Kale, Waar Ga Ik Die Pens Dan Halen
Want Die Mens Die Mag Geen Brood

Napoleon Sta Stil

Napoleon, Napoleon, Napoleon Sta Stil (x2)
Waarom Zou Ik Stille Staan
Ik Heb Toch Niks Verkeerd Gedaan
Napoleon, Napoleon, Napoleon Sta Stil

Antoinette, Wie Heeft Den Bal
Draai U Om Dan Weet Ge ’t Al
Napoleon, Napoleon, Napoleon Sta Stil (x2)

Moldeneerke

Moldeneerke, Moldeneerke
Telt Uw Geld En Ga Eens Vliegen
Moldeneerke, Moldeneerke
Telt Uw Geld En Vlieg Eens Weg
Mussenschrik, Vogelschrik
Ne Moldeneer Dat Ben Ik
 

Moldeneerke, Moldeneerke
Telt Uw Geld En Gaat Eens Vliegen
Moldeneerke, Moldeneerke
Telt Uw Geld En Vlieg Eens Weg

Gazetten

Wat Ze In De Gazetten
Zoal Allemaal Durven Zetten
Vrienden, Hoor Eens Aan
Wat Ik In De Gazet Zag Staan

Op ’t Eerste Blad Gekeken
Veel Politieke Streken
Een Verschrikkelijke Brand
En Een Werkstaking In Ons Land

Poging Tot Broedermoord
Ne Man Of Tien Vermoord
Ne Vrijer Heeft Uit Jaloezie
z’n Lief Het Hart Doorboord

Brand En Ongeval
Een Moord En Een Diefstal
Lees Je De Gazet
Dan Wist Je ’t Zeker Al

Wat Ze In De Gazetten
Allemaal Durven Zetten
Schandaal En Blote Tetten
In De Gazetten
De Gazetten

 

Mie Citroen

Mie Citroen Kwam Van De Mijn
Met Een Mand Vol Vis
Wie Haar Kent Zegt ’t Is Een Fijn
Die Nooit Verlegen Is
Mie Die Weet Voor Alles Raad
Ze Heeft Dan Ook Een Blad
Met Haar Karreke Op De Straat
Is Ze Iedereen Te Plat

Op Zekeren Dag Stond Ze Op Den Dries
Zonder Leurdersplaat
En d’r Kwam d’r Ne Polies
Met Keskes En Veel Praat
Maar Ons Mie Vertrok Geen Spier
Ze Sloeg Op Haren Bil
En Ge Kon Haar Horen Roepen
Kuis Je Schup Af, Gardeville

Schol en paling
komaan voelt er maar eens aan
Zacht gelijk als boter
is mijnen abberdaan
Ik heb thuis
nog een heel schoon pooske tong
Wil je d’r wat van hebben
vraag dan achter Mie Citroen


Mie Is Later Rijk Getrouwd
Met Nen Ouwe Zot
z’Heeft Haar Eigen Huis Gebouwd
Zij, Vroeger Kaal En Krot
Op Den Dollar En De Pond
Speculeert Ons Mie
Lid Is Zij Van ’t Kunstverbond
En Van De Zoölogie

Tegen schol en paling
zegt ons Mie nu altijd nee
Ze eet nu fijn garnotvideekes
en veel crème fouettée

Gardeville

Lopen, Lopen, Lopen, De Gardeville Is Daar (x6)

Gooi Een Stok, Gooi Wat Stront
Naar De Gardeville z’n Kont
Gooi Met Iets, Gooi Met Riet
Naar De Gardeville Zijne...

Lopen, Lopen, Lopen, De Gardeville Is Daar (x3)

Gooi Een Kat, Gooi Een Hond
Naar De Gardeville z’n Kont
Gooi Met Water En Vergiet
Naar De Gardeville Zijne...
 

Rood Is De Liefde

Den Eerste Was Ne Cowboy
De Tweede Was Een Meid
Den Derde Kon Niet Komen
En Vier Had Genen Tijd
De Vijfde Was Te Mager
De Zesde Was Te Dik
Zeven Had De Benen
Van Den Achtste Ingeslikt
 

Rood Is De Liefde
En Geel Dat Is De Haat
Blauw Dat Staat Voor Vriendschap
En Grijs Dat Is Het Kwaad
Groen Dat Is De Hoop
En Zwart Dat Is De Dood
Wit Dat Staat Voor Onschuld
Maar Liefde Dat Blijft Rood

Rendez-Vous Op Sint-An

Ik Heb Kennis Gekregen
Met Een Schoon Meisje, Het Was Op Een Bal
Maar Ik Ben Zo Ne Snul, Zo Verlegen
Ik Lachte Tegen Haar En Zie Dat Was Al
Maar Wat Een Geluk Dat Ik Wist Waar Ze Woonde
’t Was Op Sint-An In Een Soort Cabaret
En Ik Dacht dat Zij Haar Liefde Wou Tonen
Dus Vroeg Ik Een Rendez-Vous Met Jeanette
 

Ze Zei: Meneer, Dat Kan Mij Niet Schelen
Kom Naar Sint-An, Waar Niemand Ons Ziet
En Ik, Om Te Voldoen Aan Haar Grillen,
Kleedde Mij Per Hoge Buis, In Habiet
Maar Wat Ik Al Niet Moest Ondervinden
Voordat Ik Een Voet Op Sint-An Had Gezet
‘k Viel Van Den Trap Om Al Te Beginnen
Zo Trok Ik Op Rendez-Vous Naar Jeanette
 

Ik Had De Kaart Voor Mijne Boot Al Genomen
Zie Daar Vertrekt ‘m Recht Voor Mijn Neus
En Terwijl Ik Daar Sta Te Dromen
Komt Er Een Vent Aan Gelijk Ne Reus
Hij Pakt Me Vast En Zwiert Me In ’t Water
Zei Dat Ik Hem In Den Amigo Had Gezet
‘Nee, ’t Was Jij Niet’, Zo Sprak ‘m Dus Later
Kletsnat Trok Ik Op Rendez-Vous Naar Jeanette
 

Maar Op Sint-An Aangekomen
Wat Ik Daar Zag, Mijnheer, Mijne God
m’n Schoon Jeanette Zat Daar Ferm Te Showen
Ze Zat In Een Wafelhuis Met Ne Piot
Ik Begon Daar Te Vloeken, Te Tieren
Tot Ze Me In Den Amigo Hadden Gezet
Nooit Van Mijn Leven, Dat Heb Ik Gezworen
Vraag ‘k Nog Ne Rendez-Vous Met Jeanette

Mistinguet

‘k Pakte dat kieken bij haar leke
En we dansten de zaal rond

Zij kon dansen, gelijk de Fransen
En haar voetjes raakten nooit de grond
Zij kon zwieren, met manieren
En ik zag dat ze haar vermaken kon
Mistinguet, we gaan naar ’t buff et
Ik zie dat ge dorst hebt

Sinjoren Wezen

’t Is te zien, aan ons machien
Dat wij Sinjoren wezen
’t Is te zien, aan ons machien
Dat wij Sinjoren zijn
 

Hmm, waar kunnen we beter wezen
Hmm, waar kunnen we beter zijn
En we rijden naar Sint-Job
 

Op een ezel, op een ezel
En we rijden naar Sint-Job
Op een ezel zonder kop

Verlopen Student

‘k Ben zoveel jaren student geweest
En nu ben ik soldaatje
Voor geen duivel of hel bevreesd
Nog voor geen vrouwenpraatje
Maar al die studies staan mij niet aan
Ik heb ze gaan verlaten
Ik heb de wijsheid laten staan
En ‘k ben bij de soldaten
 

Met m’n geweer en m’n bajonet
Trek ik naar de parade
Met mijn hoed proper opgezet
Doe ik m’n saluade
Van linksom rechtsom ik marcheer
En dat wel honderd keren
Is er nog iets dat mij mankeert
Ik zal ‘t wel beter leren
 

D’r woont een juff rouwke in m’n straat
Zeer wel naar mijn behagen
Ik heb ze vriendelijk begroet
En ‘k ben aan haar gaan vragen
Of dat ik mocht uit liefde zoet
Kussen haar roze wangen
‘Och ja’ sprak zij, ‘soldaat voldoet’
Naar u is mijn verlangen
 

De trommel roff elt in ons kwartier
Adieu, schoon lief, we scheiden
Al is het niet voor mijn plezier
Ik kan niet langer blijven
Ik moet nog gaan naar de dokter
Om mij te doen soigneren
Want ‘k heb vanbinnen een grote pijn
Die mij komt ambeteren
 

En de dokter heeft aan mij gezegd
De drank die zal u doden
En ook de kussen al van deze meid
Heeft ‘m aan mij verboden
‘k Moest de jenever laten staan
En ook de vrouwen derven
Ik zei ‘dokter, vive l’amour’
Veel liever zou ik sterven

Aan De Oever

Aan de oever van de Schelde
Diep verscholen in het riet
Zat een jonge kleine kikker
Bij z’n moeder op de knie


Zie je daar, sprak toen die moeder
 Zie je daar, die ooievaar
Dat is de moordenaar van uw vader
Hij vrat hem op met huid en haar
 

Potverdomme, sprak die kleine
Heeft die smeerlap dat gedaan?
Als ik groot en sterk zal wezen
Zal ‘k hem op z’n bakkes slaan
 

Vele jaren zijn verstreken
En die kikker leeft niet meer
Maar die ooievaar z’n bakkes
Doet nog altijd even zeer

800 Matrozen

Tussen 800 matrozen
‘k Heb ‘m gezien,
‘k Heb ‘m gepakt, ‘k heb ‘m gekozen
En hij pinkte tegen mij
En ik was ‘r graag bij
Tussen 800 matrozen
‘k Heb ‘m gezien, ‘k heb ‘m gepakt,
‘k Heb ‘m gekozen
’t Was een eerste klas kadee
‘k Pakte ‘m vast en ‘k nam ‘m mee
 

’s Avonds laat, ’s avonds laat
Gaan we naar de Statiestraat
En hij trakteert op patat-frietjes
Gerstebier en lekkere bitjes
’s Avonds laat, ’s avonds laat
Gaan we naar de Statiestraat
Ieder trakteert op zijn toer
Hmmm, dat is l’amour

Lange Wapper

Lange Wap, Wap, Wap van de Wapperbrug
Was de schrik van ons oude stee
Trappetrap, trap, trap en hij kwam zo vlug
En hij liet geen mens met vree
Als hij wou dan werd hij oh zo groot
Als één ordentelijk huis
En wipte later in de goot
Weer zo klein gelijk een muis
 

Als het donker werd in ons oude stee
Kwam de Wapper uit z’n hol
En dan ging meneer op staminee
At en dronk z’n buikske vol
Maar opeens dan poetste hij de plaat
Zodat niemand het zag
En buiten in de donkere straat
Weerklonk z’n spotgelach
Weerklonk z’n spotgelach
 

Lange Wap, Wap, Wap is misschien niet dood
Dus mensen opgepast
Het kan zijn dat hij in een donkere sloot
Door het slijk en modder plast
Daarom geef ik u een goede raad
En luister naar mijn mond
Loop ’s avonds niet te laat op straat
’T IS GEVAARLIJK EN ONGEZOND, ’T IS GEVAARLIJK ONGEZOND
VERTEL HET ROND
’t is gevaarlijk en ongezond

In 't Gevang

In’t gevang, daar mag je niet fluiten
Dat zie je van hier, zei de Luyten
En hij floot een kwartier en toen riep de cipier
Als je nu nog eens fluit, dan vlieg je buiten

Laat 't Schijn Maar Stinken

Laat ‘t Schijn maar stinken
Het kan niet beter zijn
Je moet er niet van drinken
Drink dan liever wijn
 

Wij zijn de Sinjoren
Van de kanten van de Schelde
We hebben diepe zakken
Maar allemaal zonder geld
 

Maar alé, alé, dat kunnen wij verdragen
Al stinkt de boel gelijk het water van ‘t Schijn
We kunnen toch niet eeuwig blijven zagen
En ’t zou nog veel erger kunnen zijn

Wijf En Hare Knecht

Wie weet wat dat ik eet, wat dat ik eet, al in m’n huis
Wie weet wat dat ik eet, wat dat ik eet, al in m’n huis
Een stukje brood, voor mij is dat niet slecht
De taart is voor m’n wijf en voor hare knecht
 

Wie weet wat dat ik drink, wat dat ik drink, al in m’n huis
Wie weet wat dat ik drink, wat dat ik drink, al in m’n huis
Een glasje water, voor mij is dat niet slecht
De wijn is voor m’n wijf en voor hare knecht
 

Wie weet waar dat ik slaap, waar dat ik slaap, al in m’n huis
Wie weet waar dat ik slaap, waar dat ik slaap, al in m’n huis
Een bussel stro, voor mij is dat niet slecht
Het bed is voor m’n wijf en voor hare knecht
 

Wie weet waar dat ik schijt, waar dat ik schijt, al in m’n huis
Wie weet waar dat ik schijt, waar dat ik schijt, al in m’n huis
‘k Schijt op een hoop, voor mij is dat niet slecht
De kuis is voor m’n wijf en voor hare knecht

Leonard Tietz

Heb jij iets van doen
Van garen of katoen
Ga dan maar naar de Meir
Want daar ben je seff ens klaar
 

In dat klein klein klein bazaarke
Van Leonarke, van Leonarke
In dat klein klein klein bazarke
Van Leonarke op de Meir

Frans Lamoens Gemengde Berichten

Ik Vree Met Een Ster Van ’t Theater
Die Roerde Geducht Hare Snater
Trok Me Tegen Haar Bloes
En Noemde Mij ‘Poes’
Ik Zei: ‘Ik Ben Geen Poes Maar Ne Kater’
 

Zij Mochten Niet Vrijen, Hij Zuchtte
En Sprak: ‘Laat Ons Samen Gaan Vluchten’
Maar Haar Vader Die Kwam
En Sloeg ‘m Half Lam
En Nu Ligt Hij In ’t Gasthuis Te Zuchten
 

Nen Huisvader Was Zo Verlegen
Veel Kinderen, Daar Kon Hij Niet Tegen
Op Ne Zekere Keer Riep De Baker ‘Meneer,
Uw Madam Heeft Nen Drieling Gekregen’
Zeg Vrienden, De Vrede Komt Strakskes
Zeggen d’Heren Met Hun Gouden Frakskes
Zij Beloven Zo Zeer
Geen Oorlog Niet Meer
Maar Ik Denk Dat Is Zever In Pakskes
 

‘k Ben Zeker Dat Gij Onbewusten
Nog Veel Meer Verhalen Zult Lusten
Maar Ik Ga Naar Den Toog
Want Mijn Keel Is Al Droog
Nu Trap Ik Het Af... Welterusten

De Wieg Van 't Kind

https://soundcloud.com/volksliekes/de-wieg-van-het-kind

En kom vriende die hier staan in’t ronde, en wilde mij eens aanhoren
‘k heb zozeer een middel uitgevonden, Tist was in de wieg gekropen
’t Was op ne zondag onder ’t lof
Tist die wou gaan rusten en die liet hem eens gaan
En alwaar hij zijn vermaak in vindt en hij kroop al in de wieg van’t kind
En hij zei Katrien en na moete gij mij wiegen en daarbij nog zingen
En dan zingen van dodo mijne zatte vent en daarmee was Tist kontent
En nadat zij een uur of twee gewiegen had, Tist die viel al in het slaap
Zijne vrouw ging stillekes de geburen in, mijne man is weeral zo zat
‘k heb er vandaag al zoveel slagen van gehad
‘k kom eens mee naar mijn huis, kom eens zien ofdat ik lieg
en die beest ligt verdoeme in de wieg
En ook deze wijven kwamen in ne loop, en nog vele wijven in de ronde
En gingen stiekem naar zijn huis, dat hem niks ’n hoort en zijn benen vast gebonden
En zij kleedde Tist mee een geitevel, met twee horens en da stond hem jawel
En een ketting van een karreploeg, waardat ze Tist mee op zijnen dondere sloeg
En hij riep van: wijve slaag me niet meer, k vraag verdomme voor deze keer
‘k zal er nooit meer slapen in de wieg, ‘k zien mij vrouwke veel te lief

BELASTINGEN OP DEN JONKMAN

Wat is er janverdorie weder in ons land

Straks zullen nieuwe wetten – ene belasting zetten

Op elke jonkman die het huwelijk versmaad

Al wie niet trouwen zal die komt in dat geval

Het vrouwgeslacht is vol vreugde, spot en lach

 

Refr :

Jonkmans gen et geen chance

De wet is daar – als ge niet ’n trouwt betaal dan maar

De vrouw – is uit de rouw

De jonkmanswet als je’t belet heeft het vrouwgeslacht gered.

 

Niet ver van mijn geburen woont ne sukkelaar

Zo lelijk als nen donder – van boven tot van onder

Met haar op zijn façade gelijk als nen beer

Zeg hoe zal deze man gaan trekken zijne plan

’t Is nogal lief – die dat pakt voor zijn gerief.

 

Een raad wil ik toch geven aan de jonkmans hier

Wil daarom toch niet trouwen – het zou je nog berouwen

Bemint de vrijheid van het leven en ’t plezier

Trouwen geloof het maar is ook een belasting

Blijf wat ge zijt en betaal de last op tijd.

Liedje van Lieve

DE GETROUWDE JONKMAN

Zie vrienden dat geval ’n zal ik nooit vergeten

Ik die maakte kennis zonder het te weten

’t Was op ne grote karnaval – ‘k was gegaan al naar het bal

‘k Zag daar een gemaskerde keizerinne

In de dans vroeg ik haar mag ik u beminnen

Kom ik betaal u een fles wijn – ja antwoordde mij de klein

En ze zei meneer ik ben content maar zijt ge niet getrouwd ?

Want ‘k en zo nie geren – uwe vrouw tromperen.

Ik getrouwd, juffrouw da kan niet zijn want ik zoek naar iets fijn

Dat durf ik u zweren – da’k jonkman ben mijn klein.

 

Ik vroeg juffrouw mag ik u inviteren

Kom met mij mee naar de stad wij gaan souperen

‘k trok dan met die lieve mademoiselle al naar een chique hotel

Kan die eten dacht ik daar nu bij mij zelven

Duiven – kiek – rosbief – kalfsvlees wel voor zen elven

Iedre keer dat ze mij bezag schoot ze in ne grote lach

En ze zei meneer we zijn ’t akkoord maar ben je niet getrouwd

Want ‘k en zo nie geren uwe vrouw tromperen

Ik getrouwd juffrouw da kan nie zijn want ik zoek naar iets fijn

Dat durf ik u zweren da’k jonkman ben mijn klein.

 

Ik werd zat daarna ben ik met haar gaan slapen

Maar des anderendaags dan stond ik rond te gapen

Had ze mij dar nu geplasseerd, alles geschamoteerd.

Mijn geld ’n  was nog niets maar mijn goud janverdekke

Ik kwam thuis begon mij van dikte te rekken

Ach vrouwke reklameer toch niet luister wat er is geschied

ik Heb deze nacht kwestie gehad in ’t midden van de stad

‘k gaat u explikeren, ‘k heb mij moeten weren

Tegen vier dieven dat was niet fijn en met zo zat te zijn

Vrouwke moet ‘k u zweren dat ik bestolen ben ?

 

‘k Dacht nu gaat ze kwaad zijn maar ze lachte

G’hebt gevochten zei ze waar zijn uw gedachten,

Of was ’t misschien op een tapijt dat ge nog zo proper zijt

‘k stond daar ik wist niet meer wat uit te vinden

Ze zei wacht en liep haar kamer binnen

Daarna kwam ze terug bij mij, gemaskerd en ze zei

G’hebt gisteren akkoord met mij gemaakt

en g’en waart niet getrouwd

W’hebben gaan souperen en dan gaan logeren.

Gij zijt al uw goud en centen kwijt ik heb ze nog altijd

Durf je nu nog zweren da ge ne jonkman zijt ?

Liedje van Lieve

LEUTE

’t Is vandage keremesse

‘k hed gezien in den almenak

Den dienen ek altijd in mijne zak

’t zij veste ne kiel of ne frak.

In ons dorpke moete gij weten

Es ’t er verdomme nog veel plezier

Men danst en springt er om het meest

Want boere zijn es geen beest

 

Refr :

En leute o zie jongens benne kik pret

Ik en mijn trezeke mals en vet

En we dansen tegare zu net (bis)

 

Ge moogt weten goede jongens

‘k ben vandage just 20 jaar

Mijn lief heet Trezeke van Laer

Van op die hoeve daar

Ja ’t is een flinke deerne

Een malse poeze van d’eerste klas

En de kermesse komt just van pas

‘k wou dat al avond was.

 

Ge moogt weten goede mensen

’het  was gisteren loterij

Ik trok het numerotsen drij

Voor mijn zusterken was e ‘k ik vrij

Onze goeden burgemeester

En daarbij onze garde-chasse

En hij zei ge zijt er van de klas

En daarmee was ’t just gepast.

 

En als Trezeke dat hoorde

Da’k vrij was van de loterij

Ze pinkte alzo een oog op mij

En ze trok mij aan haar zij.

En mee veel pretense

Trok ze mij de koestal in

Ze sprak mij dan van Sis van Min

Ge staat er in mijne zin.

Liedje van Lieve

DE KLOEFKES VAN T KOMETEIT

‘k zie hier lachen Mie of Piet omdat ik kloefkes drage
Maar beschaamd en ben ik niet. In ’t geheel toch niet
Vanwaar dat die kloefen zijn ‘k spreek hier niet verlegen
‘k heb ze net als groot en klein van ’t kometeit gekregen.

Refr :
Dames en Heren, mij ziet ge dan
Altijd floreren met kloefkens an
’t is niet voor ’t stoefen, maar ‘k draag altijd
Hier mijne kloefen van ’t kometeit.

Naar de cirk of cinema trek ik heel tevreden
Op mijn kloefen vraagt ge daar, eh wel zeker ja
Is het schoon dan roept men “bis” Plakken dat zijn trokken
Maar ik vind dat veel te kies En ik stamp al met mijn blokken.

Gisteren was ik peter nog, ’t was weer op mijn kloefen
Ik werp u geen zand in ’t oog, nee ’t is geen bedrog
‘k heb geflikkerd en gedanst, van mijn lat gegeven
En met Meetjen heb ik gedanst dat moet ge beleven

Liedje van Lieve

KATRIENTJEN

Nu ben ik toch waarlijk te benijen
’t geluk dat ik heb is waarlijk veel te groot
Nu dat ik van zin ben van goed te gaan vrijen
Met klein Katrientje van pachter V.D.Schoot
’t is het schoonste meiske ge moogt het weten
Van 3 uren in het rond
En van haar kaakjes je zou er van eten
’t zijn als twee kriekjes zo gezond

Refr :
Kakietriensen die ‘k zo geren zie
Is het schoonste meiske die ‘k op aarde nu kan vinden
Kakitriensen die ‘k zo geren zie
Is het schoonste meisken dat ik ooit heb gezien.

Lang van leen en lang van benen
Lang van neus en lang van tong
Lange oren overgrote tenen
Over veertig jaren was ze zij nog jong
Zij is zo volmaakt ja dat durf ik zeggen
Tanden, ja ’t is waar ze heeft er geen
En haar borsten kan ze ’s avonds nederleggen
’t zijn twee gebakken broodjes zo aaneen

Z’heeft zwart haar, zwarte oren, zwarte voeten
Alles is pekzwart van kleur
Haar aangezicht staat vol met zomersproeten
Haar stemme klinkt gelijk een beroeste kelderdeur
Ja ik ben van zin van met haar te trouwen
En ik krijg Katrientje tot mijn bruid
Ja ik wordt papa van twee kleine rabouwen
Dat krijg ik voor cadeau, het kost mij geen duit

Liedje van Lieve

NA 25 JAAR

Na 25 jaren ik zeg het u ronduit
Ziet het er hier op de wereld wellicht heel anders uit
Dan rijden al de boeren voorzeker per auto
En om hun koeien te melken pakken ze dan ne radio
Refr: adiee-ee-ee-adio (3X)
Na 25 jaren gaat dat allemaal alzo

Na 25 jaren gaat alles machinaal
Het stoken van genever dat wordt dan kolossaal
Dan drinken alle mensen benzine voor hun dorst
En van caoutchoucbanden maken z’automobileworst.

Na 25 jaren begraaft men u niet meer
Ze steken u in nen oven en koteren u om en weer
Verbrandt men dan een katje nen hond die op ’t schootje dee
Ge neemt mee naar huis de asse en ge poetst er uw stoofke mee

Na 25 jaren wordt ’t kussen afgeschaft
Omwille van de cholera wordt dat dan zwaar gestraft
Bemint men dan een meisje en houdt men veel van haar
Doe dan lijk de Chineesjes met de neusjes tegen elkaar

Na 25 jaren als men verliefd wordt
Wordt ’t hartje van het meisje met Xstraal onderzocht
Haar hart komt op ne foto daar zie je zwart op wit
Of er soms onder dat bloezeke nog een ander liefhebberke zit.

Na 25 jaren dan zing ik hier niet meer
Dan ben ik reeds daarboven daarboven bij de Heer
Maar ‘k zal ’t u laten weten hoe het daar allemaal gaat
Want ‘k heb vast horen zeggen dat er daar ook ne radio staat.

Liedje van Lieve

DE WERELD VERGAAT

Vrienden ’t is tijd om uw pakskes te maken
Doe maar uw pottekes en pannekes bijeen
Tracht als ge kunt nog wat vreugde te smaken
Vreugd’en verdriet blijven langst op de been
’t aards firmament begint reeds te verdoven
’t schijnt dat de zon en de maan ons verlaat
Niemand verplicht ik toch mij te geloven
Maar ’t is de roep dat de wereld vergaat

Refr :
dat hij vergaat dat hij vergaat dat de wereld vergaat (bis)

Waartoe nog goed ons te wassen te scheren
Waartoe nog goed een schoon hemd aan te doen
Laat ons maar drinken en laat ons maar smeren
Laat ons maar gans ons fortuintje opdoen
Toe Jan ge moet nog wat kiekens gaan halen
Kiekens toch lopen genoeg op de straat
Het is onnodig ervoor te betalen
Aangezien dat toch de wereld vergaat

Is er soms iemand die kleren wil kopen
‘k laat heel mijn boel aan de prijs van factuur
Ik ben van zin in mijn hemde te lopen
’t is nog te goed voor de solfer en ’t vuur
Ik ga terstond mijn gereedschap verbranden
Wijl ons het werken tot niets meer ’n baat
‘k neem er geen stukske ne meer in mijn handen
Aangezien dat toch de wereld vergaat.

Eindelijk ’t moest er toch eens van komen
’t werd ons voorspeld door de ster met de staart
Ik heb er gelukkig mijn voorzorg genomen
Mijn laatste cent is goddank reeds verteerd
Ben ik gedwongen nu schulden te maken
Zet men mij heden of morgen op straat
‘k lach ermee want het kan mij niet raken
Aangezien dat toch de wereld vergaat

Liedje van Lieve

OP MIJN KLOEFEN

Toen ik klein was aan mijn voeten
Droeg ik altijd zware kloefen
En ik trok ermeee gezwind
Naar de school rap als de wind
Kwam de meester mij te straffen
Ja dan moest ik zonder blaffen
Om mijn straffen uit te boeten
Gaan in de hoek staan op mijn kloefzen

Op mijn kloefen ga ik dansen
En ik drink nen druppel Fransen
Op mijn kloefen draai ik rond
Op mijn kloefen ’t is gezond
En al dansen en al zwieren
De tafel rond zeijn mijn manieren
En iedereen mag mij verzoeken
Ik dans altijd al op mijn kloefen

Op mijn kloefen ga ik vrijen
Niemand zal mij dat benijen
Want mijn allerliefste Griet
Ziet naar mijne kloefen niet
Ze ziet alleen naar mijn goed harte
Naar mijn grillen en mijn parten
En iedereen mag me ontmoeten
Ik ben altijd alop mijn kloefen.

Op mijn kloefen ga ik trouwen
Ja dat zal mij nooit berouwen
Op mijn kloefen ‘k ben ’t gewend
Op mijn kloefen ‘k ben kontent
Komt er dan iets te verschijnen
Ene dochter of ne kleinen
Dan zal hij ter kerke moeten
En ik ga mee al op mijn kloefen

Op mijn kloefen ga ik sterven
Niemand zal mijn kloefen erven
Want ik moet er mede gaan
Voor St.Pieters deure staan
En dan zal hij mij niet vragen
Wat hebt g’aan uw voeten gedragen
‘k zal in d’helle niet moeten gaan boeten
‘k ga naar den hemel op mijn kloefen..

Liedje van Lieve

DEN DUIVENMELKER

‘k ben Augustinus Vanderveken en duiven melken is mijn genot
daar kan ik goed van mede spreken ‘k zit er gedurig op mijn kot
Van ’s morgens vroeg bij het ontwaken hoor ik mijn duifkes veel vreugde maken
Refr :
Van ’s morgens vroeg tot ‘savonds toe aroekedekoe aroekedekoe (bis)

Mijn vrouw die kan mij zo vervelen zij maakt gedurig ruze en lawijt
Als ik met mijne duiven spele zegt ze ge zijt weer uw centen kwijt
Maar nu heeft ze zich eens bedrogen z’ hebben vandage een prijske gevlogen
Refr :
En ’t was dan nog ne vlucht op Genoux aroekedekoe...

Als ik thuis kom ge zult wat horen gij ruigen heer ge zijt weeral zat
Maar ‘k zal mij daaraan toch niet storen ik heb vandaag toch een prijske gehad
Maar als z’iets zegt over mijn duiven dan zult ge ‘ter verdomme zien stuiven
Refr:
Want ‘k hou voor haar mijn smoele niet toe aroekedekoe...

Verleden week ik was er buiten het zat er weer bovenarms op
Zij riep de centen zijn gaan fluiten ze sloeg de keef al op mijne kop
Ik verloor van koleire mijn zinnen en smeet een duivenei op hare kinne
Refr:
Ze schreeuwde en verweet mij voyoux aroekedekoe....

Ik ga naar huis bij mijne vrouwe en zet mijn beestjes eerst op hun kot
En als z’iet zegt dan sla ik gauwe behalve mijn duiven den boel kapot
En als ze nog durft tegenspreken zal ik heur rap in een keefke steken
Refr :
En ‘k laat ze tekenen op Genoux aroekedekoe.....
En als ze komt rap het deurke toe aroekedekoe...

Liedje van Lieve

De Traafiest van schieve Sophee

Da zal ekik nuut nie vergeite
De traafiest van schieve Sophee.
Schieve Sophee!

Ja, ge meugt 'et allemoe weite:
Ze 's getrout me' krummen Enree

Dei giel famile dei gingk al mankene
Da was oprecht de moite weit vi 't zeen
'Oo damme ginke ja ons gange
Alleman blijf stoen vi da te bezeen

Refr:
Den iene was mè en kruk, den andere mè nen stok
We danste zonder schrik op slasj en blok
Schuunmeike spelde avandeu,
Ze stond vaveu
En ze zaa al
Kingere, kom mo voesj,
Deizen oevent pakke m 'n koesj
Ja en koesj
(einde refr)

Al van t stadhois boite te komme
Al de kavitsjes ginke m' in
Ja ginke m'in!
En schuunmeike mè 'eure Lomme
danste gelak en echt machien.

En gadzj ons moote zeen defileire
Da was oprecht de moite weit vi 't zeen
Zingen en schrieve gelak as beire
Alleman blijf stoen vi da te bezeen

Refr.

In 'et Kelderke gingke we eite
E wa' patat mè mossel frit
Ja mossels frit!
We deie allemoe gruute beite
want van den 'oenger zoege we wit

Mo schuunmeike dei 'aa wel gedroenke
geluuf ma good
dei was vèr gezet
Ze was de woeterkeitel ingekloenke
Eederien lachte van goot 'et
Refr.

Daan patron zonder te geneire
mokte ons oit van voil krapul
Gaa voil krapul!
En daan pei in zan koleire
reep sebeet ne gardevil

Geluuf ma good, daan was wel gekomme
We smeite alles no zaaine kop
Mo we were onien gebonne
Den Amigo trokke wai op

(Op dezelfde deun als refr.):
Den iene was kwaait zan kruk
den andere zane stok
We zoete doe vol schrik in da doenker kot

Mo!
's anderendoegs konten en blai
We woere vrai!
Allemoe zeek en staaif
me en amende op ons laif
Op ons laif.

Brussels lied van Bob

Lied naar aanleiding van bombardement in Mortsel op 05/04/1943

't Was een maandag in de lente
Bij schone, blauwe lucht,
Toen er hoog door 't luchtruim zweefde
Vogels met een held gerucht.
Zij maaiden dood en vernieling,
Brachten rouw en grote smart.
Vrouwen, Kind'ren zijn gevallen.
O, wat trof het noodlot hard!
Wat hadden zij dan toch gedaan?
Waarom hun zoveel leed gedaan?

Refrein:
Wij zullen 't nooit vergeten
Het grote diepe leed.
En voor uwe nabestaanden
Zijn wij tot hulp gereed.

Hoeveel onschuldige kind'ren
Vielen onder 't moordend staat!
Wijl ze droomden van de toekomst
Vol van sprookjes en van praal.
Met gebroken ledematen,
De lijfjes uiteengerukt.
Wie zal ooit de smart vergeten
Die die arme ouders drukt.
Wat hadden zij dan toch gedaan?
Waarom hun zoveel leed gedaan?

Nu zijt gij hoog in de hemel
Daar bij onze Lieve Heer.
Vraag hem met gevouwen handen
Zend geen boze vliegers meer.
Hou de rampen en d'ellende
Ver van ons schoon vaderland.
Spaar ons zusjes en ons broertjes
van die wrede oorlogsbrand.
Wat hadden zij dan toch gedaan?
Waarom hun zoveel leed gedaan?
 

Familie Gyselinck (zingen op deuntje van smartlap 'Jantje was een kleine kleuter')

De wiegende mijnwerker

Uw vader lief kindje zong zelden of nooit
Hij vond op zijn wegen geen bloemen gestrooid.
Ellende was alles wat d’aarde hem bood.
Het leven een worst’len voor ’t karige brood.
Maar gij doet hem zingen gelijk hij ’t vermag
Tra-la-la-la Tra-la-la-la
voor u zou hij zingen de godganse dag!
Tra-la-la-la Tra-la-la-la

Veel beter voor u zal het leven niet zijn;
geen zonneke lacht in die donkere mijn
U wacht er hetzelfde worstelen voor ’t brood
Van achter de klompen beloert u de dood
Toch zinge mijn jongen gelijk hij ’t vermag
Tra-la-la-la Tra-la-la-la
Voor u zou hij zingen de godslieve dag
Tra-la-la-la Tra-la-la-la

Dit mijnwerkersliedje leerden de zusters van Pijpelheide aan hun studentes in de jaren ’50. Mariëtte Van Dijck van het Sint-Laurentiuskoor in Betekom herinnerde zich de tekst en het liedje dat zij in het vijfde leerjaar aangeleerd heeft.

Potpourri - Het schip is van de wee

Tararaboemtajee
Het schip is van de wee, het brengt pateekes mee
Al van de patissier
Tararaboemtajee
Het schip is van de wee, het brengt pateekes mee
Al van de patissier

En als men moeder dat moest weten
Al dat ik vree van mijn zestien jaar
Dan zou ze gauw mij in een klooster steken
Al tot mijn 21 jaar

La classe, la classe, la classe en avant
Sapperdepijotte, ‘k zie zo geire Lotte
La classe, la classe, la classe en avant
Hiep Hoera, en laat ons samen een wandeling gaan doen
Al in het jeugdig groen, al in het jeugdig groen
en laat ons samen een wandeling gaan doen
Al in het jeugdig groen

En rijen is plezant, rijen is plezant,
Rijen in een karreke zonder wielen.
Rijen is plezant, rijen is plezant,
Rijen in een karreke zonder wielen.

Moeder mag ik eens piepen achter het gordijn
of dat die zwarte mannekes al gewassen zijn
Moeder mag ik eens piepen achter het gordijn
of dat die zwarte mannekes al gewassen zijn

Schipperke, werpt uwen anker
Schipperke, geeft mij een brood
Schipperke, wordt toch wat vranker
Want mijn bootje is in nood.
Schipperke, werpt uwen anker
Schipperke, geeft mij een brood
Schipperke, wordt toch wat vranker
Want mijn bootje is in nood.

Lopen, lopen, lopen, de gardeville is daar, de gardeville is daar, de gardeville is daar
Lopen, lopen, lopen, de gardeville is daar, de gardeville is daar.

En ik heb een bloemeke geplukt al in de wei
‘t is dat van mij, ‘t is dat van mij
En ik heb een bloemeke geplukt al in de wei
‘t is dat van mij, ‘t is dat van mij

Maar nooit, of van mijn leven,
Geen sigarenmaker aan mijn zij
Maar nooit, of van mijn leven,
Geen sigarenmaker aan mijn zij!

Compilatie van Rudolf Peeters

Potpourri - Jefke is getrouwd

Ah, Jefke is getrouwd en hij zit in de miserie en hij zit in de miserie
Ah, Jefke is getrouwd en hij zit in de miserie, ‘t is zijn eigen fout.
Ah, Jefke is getrouwd en hij zit in de miserie en hij zit in de miserie
Ah, Jefke is getrouwd en hij zit in de miserie, ‘t is zijn eigen fout.

Margoun gaat haar verdoen, verdoen, Margoun gaat haar verdoen
En zij gaat haar verdrinken in een grote kuip citroen
Margoun gaat haar verdoen, verdoen, Margoun gaat haar verdoen
En zij gaat haar verdrinken in een grote kuip citroen.
Maar toen Margoun voor ’t water stond, heeft zij zich vlug bedacht
Het water was zo koud en nat en hoor de duivel lacht
Toen is ze maar naar huis gegaan, de ruzie was voorbij
Ze gaf een kus aan hare vent en iedereen was blij

O ja, wij willen, willen, willen
O ja, wij willen, willen, willen
O ja, wij willen, vrolijk zijn

Napoleon, die brave vent, hale halo
Die gaf vijf frank als ‘dankement’, hale halo
Maar toen kwam er een brave man en die maakte er vijf en een halve van
Hale halo, halloleja, halloleja
Hale halo, halloleja, hallo
Want Napoleon, die brave vent, hale halo
Die gaf vijf frank als ‘dankement’, hale halo
Maar toen kwam er een brave man en die maakte er vijf en een halve van
Hale halo, halloleja, halloleja
Hale halo, halloleja, hallo

Want zolang als de lepel in de brijpot staat,
Dan treuren wij nog niet, dan treuren wij nog niet
Want zolang als de lepel in de brijpot staat,
Dan treuren wij nog niet

Wij zijn gezworen kameraden
Wij zullen elkander nooit verlaten
Wij zijn bijeen en we blijven ondereen
Wij zullen elkander nooit verlaten

Hup Karlinneke, koopt een kinneke, tegen vastenavond
Hup Karlinneke, koopt een kinneke, tegen carnaval

Gezondheid, gezondheid, hef hoog het glas
Gezondheid, gezondheid, hef hoog het glas

Compilatie van Rudof Peeters

Potpourri - Tegen de muur

Tegen de muur, tegen de muur
Want de Vlaamse statie
Staat een meisje met een mand, verkoopt haar speculatie
Tegen de muur, tegen de muur
Want de Vlaamse statie
Staat een meisje met een mand, verkoopt haar speculatie

Sapater, kiest er een nonneke uit
Sapater, kiest er een nonneke uit
Wie zult ge nemen tot uw bruid
Kom sapaterke kiest maar uit
Wie neemt ge tot uw bruid
Wie neemt ge tot uw bruid
Sapaterke, kiest maar uit

Naar de Congo, Congo, Congo rijden wij
Naar de Congo, Congo, Congo rijden wij
Bij de zwarte vrouwkes zijn wij lustenvrij
Naar de Congo, Congo, Congo rijden wij

Wie heeft dat varken
Wie heeft dat varken
Wie heeft dat varken bij z’n steertje vast
Wie heeft dat varken
Wie heeft dat varken
Wie heeft dat varken bij z’n steertje vast

En dat we toffe jongens zijn, dat willen we weten
Daarom komen wij, daarom komen wij
En dat we toffe jongens zijn, dat willen we weten
Daarom komen wij, overal

Overal, overal, waar de meisjes zijn, waar de meisjes zijn
Overal, overal, waar de meisjes zijn, daar is het bal

En als ge pas getrouwd zijt krijgt ge koekskes bij uw thee
Boter op uw brood, kinderen op uw schoot
En als ge pas getrouwd zijt krijgt ge koekskes bij uw thee
Maar het kost uw hele pree

Mie Katoen, kom morgen noen
We zullen een pintje drinken
Mie Katoen, kom morgen noen
We zullen een danske doen
Tralalala, lalalaliere, Tralalala, lalalala
En Mie Katoen, kom morgen noen
We zullen een pintje drinken
Mie Katoen, kom morgen noen
We zullen een danske doen
Mie Katoen, kom morgen noen
We zullen een pintje drinken
Mie Katoen, kom morgen noen
We zullen een danske doen

Compilatie van Rudolf Peeters

Het Soldatenlijden

(zangwijze: Ferme tes jolis yeux)

1
Vier jaar is er nu al verdwenen
Dat wij in den oorlog reeds zijn.
Wij hebben al zeer veel geleden
Doorstaan vele smarten en pijn.
En nog alle dagen veel lijken
Vallen voor ons voeten hier neer.
Het zijn allen dappere strijders
Die strijden voor 't vaderlandsheir.
Maar houdt goeden moed, beste vrienden
't Is voor ons land dat wij beminnen

Refrein
Vaartwel ouders en vrouwen
Kinderen en al mijn vrienden.
Want ik vertrek met moed
En niemand kon mij hinderen
Maar wacht tot later dan
Zullen wij weer herleven.
Dan begint er een nieuw leven
Houdt allen goeden moed.

2
En als g'ons 's avonds ziet optrekken
Als wij gaan dan naar den tranchée
Onderweg krijgen wij obussen
En schrapnels, dikwijls nog meer
Wij gaan altijd voort zonder dralen
Tot wij komen aan den abri.
Daar wordt dan de wacht goed gehouden
Zonder wachtwoord passeert niemand niet
En komt soms den Duitsch attakeeren
Wij staan voor hem altijd gereed.

Refrein

3
Op de voorposten is het nog erger
Het is daar een schoon moorderij
Zonder ophouden wordt daar geschoten
Daar vergeten wij smarten en pijn.
Een post wordt er nooit verlaten
Zoolang er nog een Belg leeft.
Wij zijn allen kloeke soldaten
En strijden voor ons recht en eer.
Wij blijven onzen drapeau beminnen
Voor Koning en schoon Belgenland.

Refrein

4
Voor het laatste mijn dierbare vrienden
Want er komt toch een einde aan,
Wij zijn al veel mannen verloren
Maar hunnen naam zal ons nooit ontgaan.
Den Duitsch kan toch niet meer winnen,
Want wij hebben de overmacht.
De keizer is dol van zinnen
Hij had er zich niet aan verwacht,
Met aan ons land den oorlog te verklaren
Dat zal hij ons duur gaan betalen.

Refrein
Dus vrienden voor het laatst
Tot binnen weinige dagen
Eene zuivere vrede maar
Waar dat wij henen vragen
En is de vrede daar
Verschenen in ons midden
Nooit zullen wij nog beminnen
Al wie is Duitschgezind.
 

Familie Buyens - Van Herck

De liefde van een soldaat

(zangwijze: Op den oever van de Schelde)

Het is al drie jaar wie kan het denken
Een jongen die zijn liefde kwam te schenken
Aan een meisje lief en schoon.
Het was een engel in zijn droom.
Zijne liefde kwam hij te verklaren
Die gingen duren nu hun levensjaren.
Maar neen de liefdebaan bleef ook niet bestaan
Den jongen moest naar het leger gaan.
De verjaardag die breekt aan, hij schrijft een briefje
Naar zijne lieve geliefde.

Refrein
Op den oever van de Schelde
Hebben wij gewandeld met ons twee
't Was daar dat gij vertelde
Dat ons liefde snelde.
Ja daar waren wij toch met elkaa te vree
Waar u had ik daar gegeven
't Geen gij vroeg mijn lieveling
Het was ons eerste liefde, die ons hartje griefde
Wanneer komt den tijd toch eens weer.

2
't  Uur is daar en hij moet hem begeven
Naar de loopgraaf gaat hij zonder beven.
Al denken op zijn beminde zoet
Gaat hij den vijand tegemoet.
En zoo gaat hij met zijn hoofd gebogen
En mompelt ja dat 't was toch rap vervlogen
'k Verlies nog geenen moed
Ik kom terug met spoed.
Vergeet u niet mijn liefste zoet
Toen hij in de loopgraaf is aangekomen
Het was zijn eerste woord.

Refrein

3
Terwijl hij op den vijand zit te wachten
Met zijn geest ook liefde en gedachten
Gaat zijn beminde vol van smart
Langs de Schelde met een gebroken hart
Toen zij aan die plaats dan moet gaan komen
Waar zij hunne liefde had gedroomd
Brak zij in getraan en zij moet henen gaan.
Want zij had er hem om daar voldaan
Toen blijven zij nu naar elkander wachten
Bij dag en nachten.

Refrein
Langs den oever van de Schelde
Vond een paartje hun geluk
Langs de groene weiden
Vonden z'hun verblijden
Al waren zij daar nog in den grootsten druk
Maar nu zijn zij daar verdwenen
De liefde mocht niet meer bestaan.
De Schelde is verlaten, wij zijn hier soldaten
Tot wanneer den oorlog is gedaan.

Familie Buyens - Van Herck